Vanaf nu moet herstelling grondig gebeuren, of er volgen sancties”

pilootprojecten
Openbaar domein

Betere communicatie en meer controle moeten een einde maken aan tijdelijke of slecht afgewerkte herstellingen door nutsbedrijven in Antwerpen. Als het nutsbedrijf zich niet houdt aan de afspraken, dreigt het de jaarvergunning voor werken te verliezen. Dit moet een einde maken aan het lappendeken van tijdelijke herstellingen. “Na de zomer willen we hiermee beginnen”, zegt Erica Caluwaerts (Open Vld), schepen van Openbaar Domein.

Het fenomeen is bekend. Nutsbedrijven als Fluvius, Water-Link of Proximus voeren werken uit, maar de deftige afwerking laat te wensen over of laat op zich wachten. Het trottoir wordt ontsierd door een strook van scheefliggende tegels of een ander soort van tegel. De winkeliers in de Nationalestraat klaagden dit een maand geleden nog aan. Een strook van tientallen meters met een ander soort van tegels liep over het trottoir na de zoveelste passage van een nutsbedrijf.

Al decennia probeert het Antwerpse stadsbestuur daar een einde aan te maken. Schepen Caluwaerts heeft nu een nieuw plan klaar waar ze een principiële goedkeuring voor kreeg van haar collega’s in het schepencollege.

“Het is niet alleen een ergernis van de Antwerpenaars en het stadsbestuur, maar ook de nutsbedrijven zitten er zelf verveeld mee”, zegt Caluwaerts. “Ik ervaar dat als ik met hen samenzit. Ook zij worden er door de Antwerpenaar op aangesproken. Het basisprincipe van dit plan is dat de ondergrond van de stad Antwerpen is en je er dus niet zomaar in kan doen wat je wil. We willen niet alleen op de hoogte zijn, maar ook dat de herstelling deftig wordt uitgevoerd.”

Een belangrijk punt in het plan is de communicatie. Zo moeten bewoners op de website van de stad Antwerpen kunnen zien waar nutsbedrijven gaan werken, hoe lang en waarom. Op de plek van de werken moet een informatiebord komen met dezelfde informatie. “Als mensen goed geïnformeerd zijn over het waarom en de duur van de werken, zullen ze zich ook minder snel ergeren”, meent Caluwaerts.

De stad Antwerpen wil zelf ook beter geïnformeerd worden over deze werken. Nutsbedrijven krijgen nu een jaarvergunning voor werken. Daardoor moeten ze niet voor elk project een aparte vergunning aanvragen. Wat veel administratie rompslomp uitspaart.

“Probleem is alleen dat wij als stad geen zicht hebben op die concrete werken”, zegt Caluwaerts. “We weten niet wanneer die beginnen en zijn afgerond. Het is voor ons dan onmogelijk om te weten wanneer we kunnen controleren op de uitvoering van deze werken. De nutsbedrijven moeten in de toekomst elk werk aan de stad melden. Zo weten we ook wanneer we kunnen controleren.”

Tot op vandaag mogen nutsbedrijven het wegdek alleen tijdelijk herstellen. De definitieve herstelling gebeurt dan door de stad Antwerpen. Het principe hierachter was dat alleen de stad dit deftig zou kunnen. De onafgewerkte toestand bleef soms maanden tot jaren liggen.

Stok achter de deur

“We stappen daar van af en vragen de nutsbedrijven om het trottoir zelf weer in de oorspronkelijke staat te herstellen”, zegt de schepen. “De verantwoordelijkheid komt zo volledig bij hen te liggen. De nutsbedrijven waren hier zelf vragende partij voor. We richten een cel nutswerken op om de controles uit te voeren. Zij kijken of de werken tijdig zijn uitgevoerd en of de herstelling ook voldoet aan onze kwaliteitsvereisten.”

Er is een stok achter de deur voor wanneer de werken niet werden gemeld of deftig werden uitgevoerd. Bij een negatieve evaluatie krijgt het nutsbedrijf de kans om het alsnog in orde te maken.

“Als dan blijkt dat het nog niet in orde is, het te lang duurt of de werken zijn niet aan ons gemeld, dan trekken  we de jaarvergunning in”, zegt Caluwaerts. “Het nutsbedrijf zal dan voor elk werk apart een vergunning moeten aanvragen. Dat vraagt veel werk en ik ben overtuigd dat nutsbedrijven dit willen vermijden. Als werken niet  tijdig worden hersteld of slecht zijn uitgevoerd, dan zal de stad het zelf doen en de rekening doorsturen naar het nutsbedrijf.”

Antwerps schepen Caluwaerts hoopt na de zomer dit alles te kunnen invoeren.

sacha van wiele

Deel dit bericht: